Een laadpaal plaatsen binnen een VvE begint met een goed onderbouwd plan en toestemming van de vergadering. Voor een besluit over gezamenlijke laadinfrastructuur is meestal een meerderheid van 3/4e of 2/3e nodig, afhankelijk van het modelreglement. Een voorstel voor VvE-laadpalen wordt sterker als het niet alleen de huidige vraag, maar ook toekomstige uitbreiding meeneemt.
Logisch dat je eerst wilt weten wat nodig is om bewoners mee te krijgen. Een laadpaal raakt immers meer dan de parkeerplek van één eigenaar: ook de stroomcapaciteit, veiligheid, kostenverdeling en het beheer spelen mee. Maak deze onderwerpen vooraf duidelijk, zodat de VvE een weloverwogen besluit kan nemen.
In dit artikel lees je hoe je het voorstel voorbereidt, welke toestemming nodig is en welke subsidie mogelijk is voor advies en basisinfrastructuur. Ook lees je hoe je het aantal laadpunten afstemt op de verwachte behoefte, rekening houdt met uitbreiding en de netaansluiting en het laadvermogen beoordeelt. Zo leg je de plannen concreet en zorgvuldig voor aan de VvE.
Belangrijkste punten
- Neem in het plan zowel de huidige laadbehoefte als ruimte voor toekomstige uitbreiding mee.
- Voor basislaadinfrastructuur vergoedt de Nederlandse SVVE-subsidie €100 per parkeerplaats, volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
- Breng vóór uitvoering in kaart welke toestemming van de VvE nodig is en welke meldingsregels gelden.
- Stem de netaansluiting en laadsnelheid af op het verwachte gebruik en de beschikbare stroomcapaciteit.
- Maak het voorstel concreet met aandacht voor veiligheid, locatie, kostenverdeling en de aansluiting op de bestaande installatie.
Subsidie voor laadpalen bij VvE’s
Een VvE kan subsidie aanvragen voor advies over laadpunten en voor basislaadinfrastructuur. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland vergoedt de Nederlandse SVVE-subsidie €100 per parkeerplaats voor basislaadinfrastructuur. Dat bedrag is bedoeld voor de gedeelde voorzieningen die laadpunten mogelijk maken, niet als vergoeding voor iedere losse laadpaal.
Voor een oplaadpuntenadvies vergoedt de SVVE-subsidie 75% van de advieskosten, tot en met 31 december 2027. De vergoeding is maximaal €1.500. Het advies kan de VvE helpen om vooraf keuzes over capaciteit, locatie, veiligheid en kostenverdeling te onderbouwen. Zo krijgt de vergadering inzicht in de benodigde infrastructuur voordat zij een uitvoeringsbesluit neemt.
De subsidie voor advies staat los van die voor basislaadinfrastructuur. De eerste ondersteunt het opstellen van een plan; de tweede draagt bij aan gedeelde voorzieningen op parkeerplaatsen. De daadwerkelijke aanleg van laadpunten valt volgens de beschikbare regeling niet onder subsidie. Neem daarom aparte begrotingsposten op voor advies, basisinfrastructuur en laadpunten.
Een collectieve oplossing is voor een VvE doorgaans eenvoudiger te beheren dan losse laadpalen van individuele bewoners. Met één gezamenlijke aanpak zijn afspraken over gebruik, onderhoud en stroomverbruik overzichtelijker. Of die aanpak ook voordeliger is, hangt af van het aantal gebruikers, de gedeelde infrastructuur en de kostenverdeling.
Wat kost een collectief laadpalenproject voor een VvE? De totale prijs hangt onder meer af van het aantal laadpunten, de afstand tot de meterkast, de beschikbare capaciteit en de werkzaamheden in de garage. De projectfactoren bepalen de kosten. Zet advies- en aanlegkosten apart in het voorstel, zodat leden zien waarop subsidie wel en niet van toepassing is.
Wat betaalt een appartementseigenaar voor een laadpaal? Dat hangt af van de verdeelsleutel die de VvE vastlegt. De vergadering kan rekening houden met het aantal gebruikers, individuele aansluitingen en ieders aandeel in gezamenlijke voorzieningen. Beschrijf ook hoe de kosten veranderen als later meer bewoners aansluiten.
Wie betaalt het onderhoud, beheer en de elektriciteit van VvE-laadpalen? Leg in het besluit vast hoe de VvE deze verantwoordelijkheden verdeelt en hoe individueel stroomverbruik wordt toegerekend. Bespreek ook risico’s en aansprakelijkheid, zoals brandveiligheid, schade aan gemeenschappelijke delen en verzekeringsvoorwaarden. Voor een laadpaal op een eigen parkeerplaats is toestemming van de opstalverzekeraar nodig. Overleg bij plaatsing in een garage met brandweer en gemeente over passende maatregelen.
Heb ik toestemming van de VvE nodig om laadpalen aan te leggen?
Meestal wel. De aanleg van laadinfrastructuur geldt als een nieuwe installatie en valt buiten het normale onderhoud van de VvE. Daarom moet de vergadering doorgaans besluiten over gezamenlijke aanleg. Voor een laadpaal op een eigen parkeerplaats is het verstandig vooraf toestemming binnen de VvE te bespreken. Neem de locatie, bekabeling en gevolgen voor gemeenschappelijke delen mee in het verzoek.
Welke meerderheid is nodig om laadpalen in een VvE goed te keuren? Dat hangt af van het modelreglement: meestal is een meerderheid van 2/3e of 3/4e nodig. Controleer welk reglement voor jouw VvE geldt en vermeld de vereiste stemverhouding in de vergaderstukken. Zo weten leden vooraf welk besluit nodig is.
Een voorstel wordt concreter als je het besluit stap voor stap voorbereidt:
- Beschrijf of het plan gaat over gezamenlijke laadinfrastructuur of een laadpunt voor één eigenaar.
- Voeg een locatieplan toe met parkeerplaatsen, kabelroutes en de aansluiting op de installatie.
- Leg uit hoe gebruik, beheer en kostenverdeling worden geregeld.
- Vraag de vergadering om een duidelijk besluit en leg de uitkomst vast in de notulen.
Een uitzondering kan volgen uit artikel 28.3 van het VvE Modelreglement 2017. In bepaalde gevallen volstaat volgens die bepaling een melding aan het bestuur. Dit geldt niet automatisch voor iedere VvE of iedere installatie. Neem daarom de tekst van het toepasselijke modelreglement als uitgangspunt en maak onderscheid tussen melden en toestemming vragen.
De notificatieregeling voor laadpunten treedt in werking op 1 juli 2027. Het wetsvoorstel Notificatieregeling oplaadpunten VvE’s stelt voor dat appartementseigenaren hun plannen melden, in plaats van eerst op een besluit van de VvE te wachten. Vanaf die datum kunnen VvE-leden volgens de regeling een laadpunt plaatsen zonder toestemming van de Algemene Ledenvergadering. Tot de regeling ingaat, blijft de bestaande besluitvorming van belang.
Zijn gemeentelijke regels of vergunningen nodig voor VvE-laadpalen? Neem bij plaatsing in een parkeergarage contact op met de gemeente en brandweer over passende maatregelen. Verwerk die afstemming in de planning en het oplaadpuntenadvies. Zo kan de VvE de veiligheidsmaatregelen en locatie samen beoordelen en de gemeentelijke eisen meenemen in het project.
Maak in de stukken ook duidelijk wie het besluit uitvoert en wanneer bewoners bericht krijgen. Bij een melding onder artikel 28.3 kan de eigenaar bijvoorbeeld de plannen aan het bestuur doorgeven; bij een besluit van de vergadering zijn de stemuitslag en voorwaarden relevant. Een helder onderscheid tussen melding, toestemming en uitvoering voorkomt verwarring tijdens de aanleg.
Aantal laadpalen en toekomstige uitbreiding
Breng eerst de parkeerplaatsen en de verwachte laadbehoefte in kaart. Tel hoeveel bewoners nu een elektrische auto hebben en hoeveel laadpunten zij nodig hebben. Vraag ook hoeveel bewoners verwachten elektrisch te gaan rijden. Zo bepaalt de VvE het startaantal niet alleen op basis van de huidige aanvragen.
Bij nieuwbouw of renovatie van een woongebouw geldt als uitgangspunt minimaal één laadpunt per tien parkeerplaatsen. Bij woongebouwen met meer dan drie parkeerplekken moeten alle plekken bekabeld zijn voor aansluiting op laadinfrastructuur. Bij nieuwbouw of ingrijpende renovatie met meer dan tien parkeerplaatsen moet leidinginfrastructuur bij elk parkeervak worden aangelegd. Neem deze uitgangspunten mee bij het bepalen van het aantal laadpunten en de voorbereiding op uitbreiding.
Bekabeling en een werkend laadpunt zijn niet hetzelfde. Bekabeling kan toekomstige aansluiting mogelijk maken, terwijl een laadpunt direct laadmogelijkheden biedt. De VvE kan dus de infrastructuur voor parkeerplekken voorbereiden en in eerste instantie alleen laadpunten plaatsen waar vraag naar is. Beschrijf in het voorstel hoe later extra laadpunten worden aangesloten en welke onderdelen daarvoor al zijn voorbereid.
Laat het oplaadpuntenadvies de verwachte laadbehoefte voor de komende tien jaar voorspellen. Zo beoordeelt de VvE niet alleen de eerste aanvragen, maar weegt zij ook toekomstige groei mee. Een scenario kan onderscheid maken tussen een beperkt aantal eerste gebruikers en latere uitbreiding naar meer parkeerplaatsen. Vermeld per scenario welke voorzieningen veranderen.
Gebruik deze stappen om het aantal laadpunten te onderbouwen:
- Breng per parkeerplaats in kaart welke bewoners nu een laadpunt aanvragen.
- Voeg de verwachte groei van elektrisch rijden toe aan de prognose voor tien jaar.
- Vergelijk het benodigde aantal laadpunten met de beschikbare parkeerplaatsen en infrastructuur.
- Beschrijf welke uitbreiding later nodig kan zijn en wat daarvoor voorbereid moet worden.
Een woongebouw met dertig parkeerplaatsen kan bij nieuwbouw of renovatie bijvoorbeeld uitgaan van drie laadpunten. De VvE kan vervolgens vastleggen hoe andere plekken worden bekabeld of aangesloten. Dit voorbeeld past de norm van één laadpunt per tien parkeerplaatsen rekenkundig toe en vervangt geen projectgebonden advies.
Maak ook duidelijk hoe de VvE aanvragen voor nieuwe laadpunten behandelt. Leg vast welke gegevens een bewoner aanlevert, hoe de locatie wordt gekozen en hoe uitbreiding aansluit op de gezamenlijke infrastructuur. Zo beoordeelt de vergadering nieuwe verzoeken volgens dezelfde uitgangspunten en blijft het plan bruikbaar als de laadbehoefte groeit.

Benodigde netaansluiting en laadsnelheid
De netaansluiting bepaalt hoeveel stroom beschikbaar is voor laadpunten en andere installaties. Bekijk daarom eerst de huidige aansluiting van het gebouw en het verwachte laadgebruik. Een hoger laadvermogen betekent niet automatisch dat elke auto sneller laadt. Ook het voertuig en de beschikbare capaciteit zijn bepalend.
Bij woningen is 11 kW vaak voldoende om een gemiddelde elektrische auto in één nacht op te laden. De indicatieve laadsnelheid verschilt per aansluiting. Een aansluiting van 1 x 25 A levert volgens de indicatieve tabel 5,8 kW. Bij 1 x 35 A is dat 8,1 kW. Een aansluiting van 3 x 16 A komt uit op 11,0 kW.
Ook zwaardere aansluitingen staan in de indicatieve tabel. Bij 3 x 25 A hoort een laadsnelheid van 17,2 kW. Een aansluiting van 3 x 80 A komt uit op 55,2 kW. Gebruik deze waarden als uitgangspunt voor de bespreking, niet als zelfstandig bewijs dat de bestaande installatie voldoende capaciteit heeft. De totale belasting van het gebouw blijft belangrijk.
Dynamische vermogensverdeling verdeelt de beschikbare stroom over laadpunten en past het laadvermogen aan de actuele belasting aan. Als andere installaties in het gebouw meer stroom gebruiken, kan het systeem minder vermogen voor laden beschikbaar stellen. Zo stemt de VvE de laadpunten af op de capaciteit van de aansluiting, in plaats van elk laadpunt altijd op maximaal vermogen te laten werken.
Neem deze gegevens op in het voorstel voor een zorgvuldig besluit:
- De huidige netaansluiting, bijvoorbeeld 1 x 25 A of 3 x 16 A.
- Het gewenste laadvermogen per laadpunt, met 11 kW als praktisch referentiepunt voor woningen.
- Het aantal laadpunten dat tegelijk kan laden en de rol van dynamische vermogensverdeling.
- De mogelijke gevolgen voor andere installaties en voor een latere uitbreiding.
Verstandig is om niet alleen naar de hoogste laadsnelheid te kijken. Vergelijk bijvoorbeeld 5,8 kW bij 1 x 25 A met 11,0 kW bij 3 x 16 A. Bespreek welk vermogen past bij de gebruiksduur van bewoners en de beschikbare stroom. Een laadpunt dat ’s nachts lange tijd aangesloten blijft, vraagt een andere afweging dan een voorziening voor kort parkeren.
Leg de uitkomst vast voordat de vergadering over de aanleg stemt. Noteer welke aansluiting aanwezig is, hoe de stroom over de laadpunten wordt verdeeld en welke keuzes uitbreiding mogelijk maken. Zo kan de VvE het beoogde laadvermogen afwegen tegen de bestaande installatie, zonder automatisch de snelste optie als uitgangspunt te nemen.
Wat moet er in een voorstel aan de VvE voor laadpalen staan?
Een goed voorstel geeft de vergadering voldoende informatie om een concreet besluit te nemen. Beschrijf daarom niet alleen de gewenste laadpunten, maar ook de gevolgen voor de gemeenschappelijke installatie. Een voorstel voor VvE-laadpalen wordt overzichtelijker als je het opbouwt rond veiligheid, locatie, stroomcapaciteit en kostenverdeling. Voeg tekeningen en een heldere toelichting toe, zodat leden de keuzes kunnen beoordelen.
Begin met het doel en de omvang van het plan. Vermeld hoeveel laadpunten je wilt realiseren en welke parkeerplaatsen daarvoor in aanmerking komen. Markeer de voorgestelde locaties en kabelroutes op een plattegrond. Maak ook duidelijk welke onderdelen gemeenschappelijk zijn en welke alleen een individuele parkeerplaats bedienen. Zo kan de vergadering de praktische gevolgen voor de garage en gedeelde ruimtes meewegen.
Werk daarna de technische uitgangspunten uit. Beschrijf de aansluiting van de VvE en hoe de installatie omgaat met beperkte netcapaciteit. Benoem of de laadpunten het beschikbare vermogen delen en hoe uitbreiding later kan aansluiten. Neem ook de installatieveiligheid mee: laadpalen in een VvE moeten voldoen aan NEN 1010. Een technisch onderbouwd voorstel maakt zichtbaar welke onderdelen onderzocht en uitgevoerd moeten worden.
Neem brandveiligheid op als apart onderdeel. Beschrijf de gekozen locatie, mogelijke kabelroutes en passende maatregelen voor de garage. Als overleg met brandweer en gemeente nodig is, vermeld dan welke afstemming bij de voorbereiding hoort. Zo ziet de vergadering dat veiligheid samenhangt met de plek waar bewoners parkeren en laden.
Maak de financiële verdeling begrijpelijk. Splits de begroting in advies, gedeelde basisinfrastructuur, laadpunten en terugkerende kosten. Leg uit welke kosten gezamenlijk zijn en welke voor rekening van individuele gebruikers komen. Beschrijf ook hoe onderhoud, beheer en elektriciteitsverbruik worden geregeld. Een voorbeeldberekening per gebruiker kan de verdeelsleutel verduidelijken, mits je de aannames vermeldt.
Neem ook de besluitvraag zelf op. Vraag de vergadering duidelijk om akkoord met de voorgestelde locatie, technische aanpak, kostenverdeling en uitvoeringsstappen. Vermeld welke onderdelen nog moeten worden uitgewerkt en wie daarvoor verantwoordelijk is. Zo voorkomt de VvE dat algemene instemming onduidelijk laat wat precies is goedgekeurd.
Gebruik deze volgorde voor de stukken bij de vergadering:
- Omschrijf het plan, het aantal laadpunten en de betrokken parkeerplaatsen.
- Voeg de plattegrond, kabelroutes en technische uitgangspunten toe.
- Beschrijf veiligheid, kostenverdeling, beheer en mogelijke uitbreiding.
- Formuleer de besluitvraag en leg vast welke vervolgstappen volgen.
Wil je de technische uitgangspunten voor jouw gebouw verder uitwerken? Bespreek de technische mogelijkheden als onderdeel van de voorbereiding.
ELVION GROUP: AEG Groepenkasten
ELVION GROUP levert AEG Groepenkasten, waarmee je een belangrijk aandachtspunt in het VvE-plan kunt meenemen: de verdeling van stroom vanuit de meterkast. Beoordeel bij laadvoorzieningen ook de bestaande groepenkast en beschikbare capaciteit. Zo krijgt de vergadering beter zicht op de elektrische installatie die bij het plan betrokken is.
Bespreek de groepenkast als onderdeel van de bredere elektrotechnische situatie met ELVION GROUP. De keuze voor laadpunten, bekabeling en laadvermogen hangt af van het gebouw en de installatie. Een helder overzicht helpt de VvE technische aandachtspunten mee te nemen in de besluitvorming.
Neem contact op met ELVION GROUP om de AEG Groepenkasten te bespreken, of bezoek elvion-group.nl.
Maak de volgende stap concreet
Een sterk plan is pas bruikbaar als de VvE weet welke beslissing voorligt. Zet daarom de gewenste vervolgstap helder uiteen: welke onderdelen moeten worden uitgewerkt, wie verzamelt de informatie en wanneer bespreekt de vergadering het voorstel? Zo krijgt een voorstel voor VvE-laadpalen een praktisch vervolg, in plaats van te blijven steken in algemene ideeën.
Neem bij de voorbereiding ook de bestaande elektrische installatie mee. De groepenkast en de beschikbare ruimte daarin zijn relevant voor de technische beoordeling. ELVION GROUP levert AEG Groepenkasten en kan met je bespreken welke rol die spelen in de elektrotechnische situatie van jouw gebouw. De aanpak hangt af van de installatie en de plannen van de VvE.
Wil je de technische aandachtspunten van jouw gebouw bespreken? Neem contact op met ELVION GROUP en zet samen de volgende stap naar een zorgvuldig voorbereid besluit.
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik een laadpaal plaatsen in mijn VvE?
Bepaal eerst of je een eigen laadpunt wilt of gezamenlijke laadinfrastructuur voor meerdere bewoners. Verzamel daarna gegevens over je parkeerplek, de gewenste locatie en de route van de bekabeling. Vraag het bestuur hoe je het plan op de agenda van de Algemene Ledenvergadering krijgt. Wacht met de uitvoering totdat de benodigde toestemming of melding geregeld is. Zo sluit je aanvraag aan op de afspraken van jouw VvE.
Aan welke eisen moet een laadpaal in een VvE voldoen?
Een laadinstallatie in een VvE moet veilig zijn en voldoen aan NEN 1010. In een parkeergarage is laden via een gewoon stopcontact niet toegestaan; vaste laadsystemen moeten minimaal mode 3 gebruiken. Neem daarnaast de plek van de laadpaal, bekabeling en bescherming tegen brandrisico’s mee. Die gegevens helpen de VvE beoordelen of het gekozen systeem past bij de garage en de elektrische installatie.
Heb ik de juiste meterkast aansluiting?
Dat hangt af van de bestaande aansluiting, de beschikbare capaciteit en het gelijktijdige stroomverbruik van het gebouw. Kijk in de meterkast welke aansluiting aanwezig is en of deze één- of driefasig is. Vergelijk die gegevens met het gewenste laadvermogen en de andere installaties. Een aansluiting die geschikt lijkt voor één laadpunt kan anders uitpakken bij meerdere gelijktijdige gebruikers. Neem daarom de totale belasting mee in de beoordeling.
Hoe snel kan ik laden met mijn aansluiting?
De snelheid verschilt per aansluiting. Als voorbeeld: een aansluiting van 1 x 25 A komt volgens de indicatieve tabel uit op 5,8 kW, terwijl 3 x 16 A op 11,0 kW uitkomt. Bij woningen is 11 kW vaak voldoende om een gemiddelde auto in één nacht op te laden. De auto en de verdeling van beschikbare stroom beïnvloeden ook het werkelijke laadvermogen.
Hoe wordt bepaald of er laadpalen komen?
De VvE-vergadering besluit doorgaans over gezamenlijke laadinfrastructuur, omdat dit een nieuwe installatie is en geen normaal onderhoud. De benodigde meerderheid hangt af van het toepasselijke modelreglement: meestal gaat het om 2/3e of 3/4e. Zet de besluitvraag duidelijk op de agenda. Leg in de notulen vast welke aanpak, locatie en voorwaarden de vergadering heeft goedgekeurd.
Is er een meldplicht voor laadpalen in een VvE?
De notificatieregeling voor laadpunten treedt in werking op 1 juli 2027. Het wetsvoorstel stelt voor dat appartementseigenaren hun laadplannen melden, in plaats van eerst op een besluit van de VvE te wachten. In bepaalde gevallen kan artikel 28.3 van het VvE Modelreglement 2017 al bepalen dat een melding aan het bestuur volstaat. Welke route geldt, hangt af van de situatie en het reglement.
Kan een VvE een laadpaal weigeren?
Een aanvraag voor een laadpaal op een eigen parkeerplaats vraagt in de huidige besluitvorming toestemming van de Algemene Ledenvergadering. De vergadering neemt een besluit volgens het toepasselijke modelreglement en kan voorwaarden aan de installatie verbinden. Artikel 28.3 van het VvE Modelreglement 2017 vormt in bepaalde gevallen een uitzondering waarbij een melding volstaat. Vanaf 1 juli 2027 geldt de notificatieregeling voor laadpunten.
Welke wettelijke regels gelden voor laadpalen in een VvE in Nederland?
Houd rekening met de regels uit het toepasselijke VvE-modelreglement en met de vereiste besluitvorming voor nieuwe laadinfrastructuur. Voor elektrische installaties geldt NEN 1010. In parkeergarages is laden via een gewoon stopcontact niet toegestaan; vaste laadsystemen gebruiken minimaal mode 3. Daarnaast treedt de notificatieregeling voor laadpunten in werking op 1 juli 2027. Neem deze kaders mee in de voorbereiding en besluitstukken.

